Schaap ziek: herkennen en behandelen
Of je nu een klein aantal schapen hebt of een grote hobbymatige kudde, als eigenaar krijg je te maken met zowel regelgeving als diergezondheid. De verplichte identificatie en registratie (I&R) is hierbij een belangrijk aspect. Daarnaast is kennis over gezondheidsproblemen als Q-koorts, myasis, zomerlongontsteking, rotkreupel en wormbesmettingen essentieel voor goede zorg.
Q-koorts bij schapen
Q-koorts is een bacteriële infectie die vaak geen symptomen geeft bij de moederdieren, maar die wel kan leiden tot abortus van lammeren of de geboorte van slappe, dode jongen. Vaccinatie is verplicht voor melkschapenbedrijven en locaties met veel bezoekers zoals kinderboerderijen en zorgboerderijen. Houders met minder dan 50 dieren zijn uitgezonderd van deze plicht, maar vaccinatie blijft raadzaam.
Myasis (huidmadenziekte)
Myasis ontstaat wanneer de blauwgroene bromvlieg eitjes legt in de wol van het schaap. De larven vreten zich vervolgens letterlijk in de huid, wat ernstige schade veroorzaakt. Vroege detectie is cruciaal. Baden van de schapen kan helpen, maar als er al maden zijn gevonden, is directe behandeling noodzakelijk.
Rotkreupel
Een veelvoorkomende en pijnlijke aandoening is rotkreupel, veroorzaakt door bacteriën die zich ophopen in de tussenklauwspleet. Schapen lopen kreupel en kunnen zelfs op hun knieën grazen. Bij het inspecteren van de klauw is een sterke, onaangename geur vaak aanwezig. Klauwverzorging, een droge omgeving, omweiden en eventueel vaccinatie zijn belangrijke onderdelen van de behandeling.
Zere bekjes en andere infecties
Een andere vervelende aandoening is ecthyma, ook wel ‘zere bekjes’. Dit pokkenvirus veroorzaakt korstvorming bij de bek en soms op het uier, wat drinken bij lammeren bemoeilijkt. Het is een zoönose – overdraagbaar op mensen – dus goede hygiëne is essentieel. Clostridium, beter bekend als “het bloed”, kan bij lammeren plotselinge sterfte veroorzaken. Vaccinatie van ooien is hier een goede preventieve maatregel. Ook zomerlongontsteking komt voor, met name rond het spenen. Dit wordt veroorzaakt door de bacterie Pasteurella en kan plotselinge sterfte of ademhalingsproblemen veroorzaken. Ook hiervoor is vaccinatie mogelijk.
Oogproblemen en lammeren
Lammeren worden soms geboren met naar binnen gekrulde oogleden. Dit kan pijn en schade aan het oog veroorzaken. Een eenvoudige correctie met krammetjes biedt in veel gevallen uitkomst. Bij ontstekingen zijn er doeltreffende oogzalven beschikbaar.
Ontwormen van schapen
Waarom ontwormen?
Wormen vormen vooral bij lammeren een groot risico. Ooien zijn meestal immuun, maar kunnen na aflammeren tijdelijk grote hoeveelheden wormeieren uitscheiden, wat de weide besmet. Lammeren daarentegen hebben nog geen weerstand en raken besmet zodra ze beginnen te grazen. Daarom is het belangrijk om hen een “gecontroleerde infectie” te laten doormaken.
Verschillende soorten wormen
Bij lammeren zien we vaak diarree en verminderde groei, veroorzaakt door wormen zoals Trichostrongylus, Teladorsagia en Nematodirus. De lebmaagworm (Haemonchus) geeft geen diarree, maar leidt tot bloedarmoede en soms zeer snelle sterfte. Lintwormen veroorzaken zelden klachten, al zijn de segmentjes soms zichtbaar in de mest.
Ontwormadvies voor ooien en lammeren
Ooien die buiten aflammeren, worden het best ontwormd binnen twee weken na aflammeren met middelen als Dectomax of Cydectin. Een kleine groep ooien (2–5%) laat men bewust ongemoeid, om natuurlijke weerstand te bevorderen en resistentieontwikkeling tegen te gaan.
Lammeren hoeven tijdens de stalperiode niet ontwormd te worden, tenzij er sprake is van coccidiose. Bij weidegang worden lammeren vanaf zes weken leeftijd gecontroleerd met mestonderzoek. Ontworming gebeurt bij voorkeur tijdens verweiden, met controle na 10 tot 14 dagen.
Weilanden en besmettingsdruk
De besmettingsgraad van een weiland speelt een grote rol in het ontwormbeleid. Weilanden waarop lang geen schapen hebben gelopen of die tussentijds gemaaid zijn, worden als ‘veilig’ beschouwd. Het beweidingsschema speelt hierin ook een rol. Voor juni is het aan te raden om elke drie weken te omweiden; daarna elke twee weken. Door bewust 2–5% van de dieren niet te ontwormen, blijft er een lage infectiedruk aanwezig waarmee dieren weerstand kunnen opbouwen. Dit is belangrijk voor hun natuurlijke afweermechanisme én helpt resistentieproblemen op termijn te voorkomen.
Mestonderzoek schaap
Mestonderzoek is een belangrijk hulpmiddel bij het vaststellen van worminfecties. Door een mestmonster (bij voorkeur van meerdere dieren) in te leveren, kunnen we via microscopisch onderzoek zien of ontwormen nodig is. Na een behandeling wordt aangeraden om 14–21 dagen later opnieuw mest te controleren om te beoordelen of de behandeling succesvol was.