Orthopedie

Heupen

Heupdysplasie
Heupdysplasie (HD) is een aandoening waarbij het heupgewricht niet goed aangelegd is. Dit kan door een ondiepe kom van het heupgewricht of een afwijkende vorm van de heupkop of een combinatie van beide. Hierdoor ontstaat er een abnormale belasting van het gewricht met kraakbeenschade tot gevolg. Soms is de heupdysplasie zo uitgesproken dat bij beweging de heupkop uit de kom kan schieten, wat soms hoorbaar is als een harde ‘klik’. De aandoening leidt tot gewrichtsontsteking, pijn in het gewricht en uiteindelijk artrose.
Hoeveel last een hond heeft van de heupdysplasie is individueel sterk verschillend. Enkele factoren die een rol spelen in de graad van de klachten zijn de gespierdheid van de achterhand, het lichaamsgewicht en de activiteit van de hond. Als de hond pijn blijft houden ondanks goede pijnstilling is operatief ingrijpen meestal aangewezen. Hieronder worden de drie operatieve methodes beschreven.

Eén slechte heup Slechte heupen met artrose

Femurkop-excisie
Hierbij wordt de heupkop afgezaagd en verwijderd. De spieren rondom de heup gaan de functie van het heupgewricht overnemen. Er zal zich na verloop van tijd een nieuw gewricht gaan vormen, een zogenaamd ‘pseudogewricht’.  Het belangrijkste doel van deze operatie is de pijn weg te nemen en de hond een functioneel en pijnvrij leven te geven. De operatie kan zonder problemen uitgevoerd worden bij honden tot een gewicht van 15-20 kg. Als de hond zwaarder is, zal goed geëvalueerd moeten worden of de bespiering van de achterhand en de mate van activiteit deze operatie toelaat. De hond zal in ieder geval geen pijn meer ervaren, maar soms wel nog een afwijkend gangwerk vertonen.

Bekkenkanteling (TPO, Triple Pelvic Osteotomie)
Deze techniek kan toegepast worden bij jonge honden, tot 10-11 maanden leeftijd, dus het is belangrijk dat de HD vroegtijdig vastgesteld wordt. Het doel van de operatie is om de heupkom als het ware over de heupkop heen te kantelen en zo weer een stabiel gewricht te verkrijgen. Hiervoor wordt het bekken op 3 plaatsen doorgezaagd, wordt het in de juiste hoek gepositioneerd en met een speciale botplaat en schroeven weer vastgezet. Bij honden tot 7-8 maanden is het soms niet nodig om de achterste zaagsnede te maken omdat het bekken nog flexibel genoeg is, dan spreken we van een DPO (Double Pelvic Osteotomie). 
Wat zeer belangrijk bij deze operatie is, is dat er zich absoluut nog geen artrose gevormd heeft en dat de heupkom een voldoende diepte heeft om te kantelen. Als dit niet het geval is kan de hond na ingreep alsnog klachten ondervinden.
Het is een zware ingreep voor de hond die niet onderschat mag worden, maar mits goede pijnstilling en ondersteuning kan de revalidatie zonder al te veel problemen tot een goed einde gebracht worden.

Slechte heupen zonder artrose Na TPO

Heupprothese (THR, Total Hip Replacement)
Deze techniek zullen we adviseren als de hond met pijnmedicatie onvoldoende geholpen is en bovenstaande technieken geen optie zijn. Er zal op voorhand goed geëvalueerd moeten worden of de hond een geschikte kandidaat is voor een THR aangezien het een kostbare ingreep is, die een flinke inspanning van hond en eigenaar vergt.  Maar wanneer operatie en revalidatie goed verlopen heeft deze techniek een zeer goed resultaat met een goede lange termijn prognose. De hond kan nadien weer pijnvrij rondrennen en spelen zoals het hoort en heeft een volledig functioneel gewricht.
Er zijn twee soorten van kunstheupen: de gecementeerde en de cementloze techniek. Wij maken gebruik van het nieuwste type cementloze heupprothese van de Zwisterse firma Kyon. Dit type wordt al vanaf 1999 gebruikt bij huisdieren en is sindsdien continue verbeterd en aangepast om een zo goed en langdurig mogelijk resultaat te garanderen.

Tijdens de operatie wordt de bestaande kom uitgefreesd en vervangen door een kunststof exemplaar. De heupkop wordt verwijderd en in de mergholte van het dijbeen wordt een titanium steel geplaatst en verankerd met schroeven. Op de steel komt een carbon kop die past in de kunststof kom.

THR postoperatief

Het is zeer belangrijk dat de hond 4-6 weken na de operatie absolute rust opgelegd krijgt en dat de huisvesting indien nodig aangepast kan worden. Zo moeten gladde vloeren vermeden worden en dat de hond op een veilig alleen thuis kan blijven.
De hond moet de eerste weken na de operatie goed opgevolgd worden zodat er bij eventuele complicaties meteen ingegrepen kan worden.

 

Knieproblemen


Ruptuur voorste gekruiste band en TTA rapid (Tibia Tuberosity Advancement)
De voorste gekruiste band is een ligament dat in het kniegewricht zelf loopt. Dit bandje zorgt voor stabiliteit van het kniegewricht. Als de voorste gekruiste band gescheurd is, is er een abnormale schuifbeweging van het onderbeen naar voor mogelijk. Deze schuifbeweging en de ontstekingsreacties in het kniegewricht zullen aanleiding geven tot pijn en manken. De kruisband kan volledig of gedeeltelijk (partieel) gescheurd zijn.
Een ruptuur kan op twee manieren ontstaan. Door een acuut trauma of door een probleem in de kwaliteit van de kruisband en/of een te steile stand van het kniegewricht. Als de kwaliteit slecht is kan een volledige of gedeeltelijke scheur optreden bij een kleine misstap of zelfs bij normaal lopen. Omdat het dan een probleem in de kwaliteit van de kruisband is, heeft een hond ongeveer 80% kans dat de kruisband van de andere knie binnen een jaar ook scheurt.
We kunnen de gescheurde voorste kruisband zelf niet herstellen dus gaan we een operatie uitvoeren om de instabiliteit in het kniegewricht op te lossen en de voorste kruisband overbodig te maken. We adviseren tegenwoordig de TTA rapid methode. TTA staat voor Tibial Tuberosity Advancement, d.w.z. verplaatsing van het voorste deel van het bovenste stukje van het scheenbeen naar voor. Het gevolg van deze ingreep is dat de functie van de kruisband wordt overgenomen door de patellaband (dit is het bandje van de knieschijf naar het onderbeen). Hierdoor wordt de kruisband overbodig en ontstaat er opnieuw een stabiel en functioneel gewricht. Voor de operatie zal eerst een röntgenfoto gemaakt worden om de afmeting van de titanium implantaten te bepalen en de mate van instabiliteit te evalueren.

 

   

Bij de Rapid TTA volgens Rita Leibinger wordt een zaagsnede gemaakt door het voorste deel van het scheenbeen. Bij deze techniek zagen we het bot  een stuk in, zodat we de voorkant van het bot naar voren  kunnen brengen. Deze positie wordt gefixeerd met behulp van een 3D geprinte titaniumkooi, welke bevestigd wordt met een aantal schroeven. De ontstane opening in het scheenbeen vult zich binnen een aantal weken met nieuw bot. Voor elke maat hond is een passende maat kooi beschikbaar.
 

Na de operatie is het zeer belangrijk dat de hond tijdens de eerste 10 dagen absolute rust opgelegd krijgt en moeten er voorzieningen getroffen worden zodat de hond ook veilig alleen thuis kan blijven. Dit is belangrijk omdat de fractuur die we tijdens de ingreep gemaakt hebben de kans moet krijgen om te genezen. Na de eerste 10 dagen rust mag u met korte wandelingen starten, altijd aangelijnd. Na 3 maanden mag de hond weer los uitgelaten worden. 

Patellaluxatie (Knieschijf verplaatsing)

De knieschijf (patella) bij een hond ligt vooraan de knie en moet bij plooien van het kniegewricht in de kraakbeengroeve (sulcus) van het bovenbeen kunnen bewegen. De knieschijf zit vervat in de rechte patellaband die overgaat in de bovenbeenspier. Bij een patellaluxatie gaat de knieschijf zich naast de groeve verplaatsen. Dit kan komen door een onvoldoende diepte van de groeve of door foute aanhechting van de rechte patellaband. 

Er zijn 2 soorten patellaluxatie: een verplaatsing van de knieschijf naar binnen (mediale) en een verplaatsing naar buiten (laterale). De mediale patellaluxatie is de meest voorkomende vorm en zien we voornamelijk bij jonge honden van kleine rassen. De laterale patellaluxatie zien we bij grotere rassen en is bijna altijd het gevolg van een trauma.

De ergheid van een patellaluxatie kan erg verschillen. Bij sommige honden is de knieschijf enkel door kracht op de knieschijf uit te oefenen uit de groeve te duwen en schiet daarna meteen terug, maar bij de erge vorm is er een permanente verplaatsing van de knieschijf. Daarom kunnen de klachten tussen honden ook erg verschillen. Niet alle honden met een patellaluxatie moeten operatief behandeld worden, soms is het enkel een toevalsbevinding.

Bij honden die wel regelmatig kreupel zijn gaan we wel een operatie adviseren aangezien bij een veelvuldige luxeren van de knieschijf er nog meer afplatting van de groeve gaat optreden en er uiteindelijk ook kans op artrose is.

De ingreep bestaat uit drie delen:

  • uit de groeve wordt een V-vormig stukje bot los gezaagd, het ontstane zaagvlak wordt verder uitgediept en daarna wordt het V-vormig stukje bot weer terug geplaatst. Hierdoor wordt de groeve dieper.
  • het stukje bot waar de rechte patellaband vastzit wordt doorgezaagd en verplaatst naar de tegenovergestelde zijde waar de knieschijf zich naar verplaatst en vastgezet met een botpin.
  • het gewrichtskapsel wordt los gemaakt aan de kant waar de knieschijf zich naar verplaatst en wordt opgespannen aan de andere zijde.        
Na de operatie moet de hond in eerste instantie rust krijgen zodat het kniegewricht kan helen. Na het verwijderen van de hechtingen moet de hond echter goed gestimuleerd worden om het gewricht weer goed te gaan gebruiken. Dit om te voorkomen dat het kniegewricht stijf wordt. Indien nodig ondersteunen we met extra ontstekingsremmende pijnstiller en fysiotherapie.

 

Botbreuken - fracturen

Een ongeluk zit in een klein hoekje. Dit geldt ook voor uw hond of kat. We zien dan ook regelmatig honden en katten met een gebroken poot. Hiervan wordt dan eerst een röntgenfoto gemaakt en dan wordt bekeken wat de beste behandeling is. Een enkele keer is het voldoende om een hond rust te geven met een spalkverband. Meestal is echter een operatie noodzakelijk om de fractuur weer goed te laten genezen.

Wij gebruiken het interlocking plate system van Fixin. Hieronder een voorbeeld van een kat met een gebroken radius en ulna (spaakbeen en ellepijp). Door een plaatje te zetten op de radius (spaakbeen) wordt de ulna (ellepijn) vanzelf gefixeerd. De rechtse foto geeft het resultaat na 3 maanden weer.

Bij jongen honden komen vaak breuken voor in de groeischijven, zoals hieronder in de groeischijf van het bovenbeen. Het is altijd van belang dat van een breuk 2 foto's worden gemaakt in verschillende richtingen om een goed beeld te krijgen van de breuk en de eventuele verplaatsing. Bij de eerste foto is de breuk aan de linkerkant op de foto, op de tweede foto is duidelijk de verplaatsing te zien. Deze breuk is met 2 pinnetjes terug te fixeren. Bij jonge honden geneest dit snel, maar een breuk in de groeischijf kan wel problemen met de groei geven. De impact hiervan is afhankelijk van de leeftijd. Is een hondje al 9 maanden dan groeit hij niet zo veel meer dan wanneer hij pas 3 maanden is. En de grootte van de hond is natuurlijk ook van belang. Een Duitse Dog heeft meer lengtegroei in de poten dan een Yorkshire Terrier.

Nieuws

  • Vuurwerkangst

    Het jaar is weer bijna voorbij Het nieuwe jaar komt er weer aan, dus ook de...

  • Vlooien trekken naar binnen

    Nu het buiten kouder wordt, willen de vlooien ook liever mee naar binnen. Ze zoeken...

  

 

Goede heupen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Plaatsen waar een bekken doorgezaagd wordt bij een TPO.